Zaak Sabam tegen Scarlet naar het Europese Hof van Justitie.
In 2004 werd Scarlet (destijds Tiscali) door Sabam voor de rechter gedaagd omdat klanten van Scarlet auteursrechtelijke inbreuken zouden gepleegd hebben. Met behulp van peer-to-peer software en de toegang tot internet van Scarlet zouden deze klanten auteursrechtelijk beschermde werken uitwisselen.
In een tussenvonnis verklaarde de rechter in eerste aanleg de inbreuken op het auteursrecht bewezen en beval verder onderzoek naar mogelijke oplossingen. In zijn uiteindelijke vonnis van 2007 verzocht de rechter aan Scarlet peer-to-peer verkeer van haar klanten te filteren. Onder verbeurte van een dwangsom dient Scarlet de nodige software te installeren en te beheren zodat bestandsuitwisseling via peer-to-peer software wordt gecontroleerd en bij eventuele inbreuken op het auteursrecht wordt geblokkeerd. Wegens onmogelijkheid van uitvoering kreeg Scarlet op haar verzoek echter tijdelijk uitstel.
Tegen het vonnis ging Scarlet vervolgens in hoger beroep bij het Hof van Beroep van Brussel. Hierin kreeg zij bij wijze van interventie de hulp van ISPA (Belgian internet service providers association), vertegenwoordigd door Geert Somers en Jos Dumortier van Time.lex, en van Belgacom. Scarlet benadrukte in haar hoger beroep dat het filteren een disproportionele maatregel is, verder het beoogde doel niet bereikt en dat het bovendien helemaal niet aan de ISP’s (meer specifiek de acces-providers) toekomt het internetverkeer te filteren.
In haar beslissing van 28 januari 2010 stelt het Brussels Hof van Beroep twee prejudiciële vragen aan het Europees Hof van justitie. Vooreerst vraagt zij of de nationale rechters, rekening houdende met de Europese wetgeving, bevoegd zijn om aan internet-access-providers de verplichting op te leggen het peer-to-peer verkeer van haar klanten te controleren en om bij eventuele auteursrechtelijke inbreuken de overdracht van deze bestanden te blokkeren. Indien het hof oordeelt dat dit het geval is vraagt het Brussels Hof van Beroep in een tweede prejudiciële vraag of de rechter bij het opleggen van deze maatregel het proportionaliteitsbeginsel moet toepassen wanneer hij zich moet uitspreken over de effectiviteit en het ontradend karakter van de maatregel.
Door deze prejudiciële vragen van het Hof van Beroep wordt de verdere beslechting van deze zaak minstens anderhalf jaar uitgesteld. Dat het hof van Beroep de hulp van het Europese hof van justitie inroept onderstreept dat zij zich bewust is van de impact die haar uitspraak kan hebben op de ISP's. Het antwoord van het hof wordt dan ook met spanning afgewacht.
Voor het arrest in pdf, klik hier.