Europees Hof van Justitie: Filtering in strijd met Europees recht

Op , in de categorie News & announcements

Op 24 november 2011 heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld dat de aansprakelijkheidsvrijstelling uit de Richtlijn elektronische handel (Richtlijn 2000/31) voor loutere doorgifte van informatie door de internet access providers onverkort van kracht blijft. Hierdoor is het nu definitief duidelijk dat een nationale rechter nooit een maatregel kan opleggen aan een dienstverlener om preventief al het elektronische verkeer op zijn netwerk te filteren op eigen kosten en zonder beperking in de tijd.

In 2004 werd de internet access provider Scarlet (destijds Tiscali) door de Belgische beheersvennootschap Sabam voor de rechter gedaagd omdat klanten van Scarlet auteursrechtelijke inbreuken zouden gepleegd hebben meer bepaald met behulp van peer-to-peer software en de toegang tot internet van Scarlet. Sabam wilde via een vordering tot staking bekomen dat Tiscali maatregelen zou moeten nemen om de inbreuken te stoppen.

In een tussenvonnis verklaarde de rechter in eerste aanleg de inbreuken op het auteursrecht bewezen en beval verder onderzoek naar mogelijke oplossingen om de inbreuken te stoppen. In zijn uiteindelijke vonnis van 2007 verzocht de rechter aan Scarlet peer-to-peer verkeer van haar klanten te filteren. Onder verbeurte van een dwangsom dient Scarlet de nodige software te installeren en te beheren zodat bestandsuitwisseling via peer-to-peer software wordt gecontroleerd en bij eventuele inbreuken op het auteursrecht wordt geblokkeerd. Wegens onmogelijkheid van uitvoering kreeg Scarlet op haar verzoek echter tijdelijk uitstel.

Tegen het vonnis ging Scarlet vervolgens in hoger beroep bij het Hof van Beroep van Brussel. Hierin kreeg zij bij wijze van interventie de hulp van  de Belgische belangenvereniging van internet service providers (ISPA), vertegenwoordigd door Geert Somers en Jos Dumortier, advocaten bij time.lex, en van de grootste Belgische access provider Belgacom. Scarlet benadrukte in haar hoger beroep dat het filteren een disproportionele maatregel is, het beoogde doel niet bereikt en dat het bovendien helemaal niet aan de acces provider toekomt het internetverkeer te filteren.

In haar beslissing van 28 januari 2010 stelt het Brussels Hof van Beroep twee prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie. Vooreerst vraagt zij of de nationale rechters, rekening  houdende met de Europese wetgeving, bevoegd zijn om aan internet access providers de verplichting op te leggen het peer-to-peer verkeer van haar klanten te controleren en om bij eventuele auteursrechtelijke inbreuken de overdracht van deze bestanden te blokkeren. Indien het Hof zou oordelen dat dit het geval is vraagt het Brussels Hof van Beroep in een tweede prejudiciële vraag of de rechter bij het opleggen van deze maatregel het proportionaliteitsbeginsel moet toepassen wanneer hij zich moet uitspreken over de effectiviteit en het ontradend karakter van de maatregel.

Het Europees Hof van Justitie wijst er in haar arrest van 24 november 2011 op dat stakingsvorderingen geregeld worden door nationale regelgeving. Deze regelgeving mag echter niet ingaan tegen het recht van de Europese Unie, meer bepaald tegen het verbod op toezicht op het internetverkeer door de internet service providers vervat in de Richtlijn elektronische handel.

Het Hof te Luxemburg is van oordeel dat de vordering van Sabam Scarlet zou verplichten om alle internetverkeer van elk van haar klanten te screenen om inbreuken op het intellectueel eigendomsrecht te verhinderen. Bovendien zou het toezicht niet beperkt zijn in de tijd en zou Scarlet zelf moeten instaan voor de financiering van dit systeem. Dergelijke algemene filteringplicht is niet verenigbaar met de Richtlijn elektronische handel.

Daarnaast zou de maatregel, volgens het Hof, onvoldoende rekening houden met het recht op de bescherming van persoonsgegevens en het recht op informatie in vergelijking met het voordeel dat dit zou opleveren voor de bescherming van het intellectuele eigendomsrecht. Enerzijds zou zulk systeem immers vereisen dat de IP-adressen van de gebruikers verzameld en geïdentificeerd worden. Anderzijds zou het systeem ook het recht op informatie ondermijnen, daar het systeem onvoldoende onderscheid kan maken tussen illegale en legale content en bijgevolg dus ook legale content zou kunnen blokkeren.

Nu het Hof te Luxemburg uitspraak heeft gedaan over de prejudiciële vragen van het Hof van Beroep van Brussel zal de zaak verder gezet worden voor het Hof van Beroep van Brussel. Deze laatste kan nu echter niet anders dan het vonnis van de rechter in eerste aanleg verbreken waarmee de procedure in hoger beroep dan ook tot een einde komt.